Strafrecht overig

Bij noch krachtens de wet is voorzien in de mogelijkheid om de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen te…

Hoge Raad, 27 augustus 2013

Zaakgegevens

Op 27 augustus 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 augustus 2013
Datum publicatie
27 augustus 2013
Zaaknummer
11/03078
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:497
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bij noch krachtens de wet is voorzien in de mogelijkheid om de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen te ontzeggen bij overtreding van art. 107.1 WVW 1994 (vgl. HR ECLI:NL:HR:2011:BP4474).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 21 mei 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:537
  2. Hoge Raad · 27 augustus 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:497

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

27 augustus 2013

Strafkamer

nr. 11/03078

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 23 juni 2011, nummer 21/001550-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.W. Syrier, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de strafoplegging, in zoverre tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het tweede middel

3.1.

Het middel klaagt over de door het Hof opgelegde ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen.

3.2.

Het Hof heeft de verdachte ter zake van onder 1. "overtreding van art 8, derde lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994" en 2. "overtreding van art. 107, eerste lid, WVW 1994" onder meer de bevoegdheid ontzegd motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden, waarvan vier voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

3.3.

Dusdoende heeft het Hof miskend dat bij noch krachtens de wet is voorzien in de mogelijkheid om de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen te ontzeggen bij overtreding van art. 107, eerste lid, WVW 1994 (vgl. HR 12 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4474).

3.4.

Het middel is terecht voorgesteld.

4 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op 27 augustus 2013.