Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Hoge Raad, 22 januari 2013

Zaakgegevens

Op 22 januari 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 januari 2013
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
11/02714
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:BY8329
E-mail

Samenvatting

HR 81 lid 1 RO

Procesgang

  1. Rechtbank Utrecht · 14 juli 2008

    ECLI:NL:RBUTR:2008:BD7125
  2. Gerechtshof Amsterdam · 8 april 2011

    ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ0683

    Meerdere afhandelingswijzen

  3. Hoge Raad · 22 januari 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:BY8329

    Bekrachtiging/bevestiging

  4. Conclusie A-G · 22 januari 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:BY8329

Uitspraak

22 januari 2013

Strafkamer

nr. S 11/02714

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 8 april 2011, nummer 21/003173-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. Y. Moszkowicz, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer B.C. de Savornin Lohman als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 22 januari 2013.