Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 22 januari 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 januari 2013
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
11/02843
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:BY8342
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR 81 lid 1 RO

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 22 april 2011

    ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ2311
  2. Hoge Raad · 22 januari 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:BY8342

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Conclusie A-G · 22 januari 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:BY8342

Uitspraak

22 januari 2013

Strafkamer

nr. S 11/02843 P

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 22 april 2011, nummer 21/003164-09, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. Y. Moszkowicz, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer B.C. de Savornin Lohman als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 22 januari 2013.