Strafrecht overig
Antilliaanse zaak. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Bijzondere schriftelijke volmacht aan…
Hoge Raad, 29 januari 2013
ECLI:NL:HR:2013:BY9002 · Hoge Raad · 29 januari 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2013-by9002
Zaakgegevens
Op 29 januari 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 januari 2013
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/05470 A
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:BY9002
Samenvatting
Antilliaanse zaak. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Bijzondere schriftelijke volmacht aan griffiemedewerker. Art. 450.1.a Sv. De HR verstaat de akte instellen cassatie aldus dat de raadsman heeft verklaard door verdachte bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd in de zin van art. 450.1.a Sv. Middelen: HR: 81.1 RO.
Procesgang
Hoge Raad · 29 januari 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:BY9002
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 januari 2013
ECLI:NL:PHR:2013:BY9002
Uitspraak
29 januari 2013
Strafkamer
nr. S 11/05470 A
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 27 september 2011, nummer H 66/2011, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.M. Seebregts, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Aben heeft geconcludeerd tot
niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn beroep en subsidiair tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1. Tot de aan de Hoge Raad gezonden stukken van het geding behoort een door de Griffier van het Hof en de comparant ondertekende "Akte cassatie", inhoudende:
"Heden, 29 september 2011, verscheen voor mij, de griffier van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, de persoon, die mij opgaf te zijn genaamd:
Mr. O. Kostrzewski, die, blijkens aangehechte bijzondere volmacht verklaarde door [verdachte], geboren op [geboorteplaats] [geboortedatum] 1982, wonende [woonplaats], schriftelijk te zijn gemachtigd.
Mr. O. Kostrzewski verklaarde voorts beroep in cassatie in te stellen tegen het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba op 27 september 2011 op Curaçao uitgesproken tegen [verdachte], voornoemd."
2.2. De Hoge Raad verstaat deze akte aldus dat mr. O. Kostrzewski heeft verklaard door de verdachte bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd in de zin van art. 450, eerste lid sub a, Sv.
2.3. Het cassatieberoep is derhalve rechtsgeldig ingesteld.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz en uitgesproken op 29 januari 2013.