Strafrecht overig

Beslag. Art. 353.1 Sv. De bestreden uitspraak houdt in strijd met art. 353.1 Sv geen beslissing in t.a.v. een…

Hoge Raad, 5 februari 2013

Zaakgegevens

Op 5 februari 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 februari 2013
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
11/00014
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:BY9705
E-mail

Samenvatting

Beslag. Art. 353.1 Sv. De bestreden uitspraak houdt in strijd met art. 353.1 Sv geen beslissing in t.a.v. een inbeslaggenomen vuurwapen. HR verklaart om doelmatigheidsredenen het vuurwapen ex art. 36b.1.1 jo. art. 36c.2 Sr onttrokken aan het verkeer. HR ambtshalve: vermindering van de opgelegde gevangenisstraf i.v.m. de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 5 februari 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:BY9705

  2. Conclusie A-G · 5 februari 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:BY9705

Uitspraak

5 februari 2013

Strafkamer

nr. S 11/00014

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, zitting houdende te 's-Gravenhage, van 2 december 2010, nummer 22/000251-06, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de onttrekking aan het verkeer zal gelasten van de inbeslaggenomen voorwerpen en het beroep voor het overige zal verwerpen.

2. Beoordeling van het eerste en het tweede middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beoordeling van het derde middel

3.1. Het middel klaagt dat het Hof geen beslissing heeft genomen ten aanzien van de inbeslaggenomen goederen.

3.2. De bestreden uitspraak houdt in strijd met art. 353, eerste lid, Sv geen beslissing in ten aanzien van het inbeslaggenomen vuurwapen Agram Parabellum met bijbehorende 29 patronen, patroonhouder en geluiddemper. Het middel klaagt hierover terecht.

3.3. De Hoge Raad zal om doelmatigheidsredenen zelf de zaak afdoen en op grond van art. 36b, eerste lid aanhef en onder 1°, in verbinding met art. 36c, aanhef en onder 2°, Sr het inbeslaggenomen vuurwapen Agram Parabellum met bijbehorende 29 patronen, patroonhouder en geluiddemper onttrokken aan het verkeer verklaren.

4. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de door het Hof bepaalde gevangenisstraf van een jaar.

5. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 4 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover daarin geen beslissing is genomen ten aanzien van het inbeslaggenomen vuurwapen Agram Parabellum met bijbehorende 29 patronen, patroonhouder en geluiddemper, alsmede wat betreft de duur van de door het Hof bepaalde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze elf maanden en een week beloopt;

verklaart voormeld vuurwapen Agram Parabellum met bijbehorende 29 patronen, patroonhouder en geluiddemper onttrokken aan het verkeer;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 5 februari 2013.