Strafrecht overig

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van art. 80a RO.

Hoge Raad, 15 januari 2013

Zaakgegevens

Op 15 januari 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 januari 2013
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
12/02779 B
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:BZ0007
E-mail

Samenvatting

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van art. 80a RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 15 januari 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:BZ0007

  2. Conclusie A-G · 15 januari 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:BZ0007

Uitspraak

15 januari 2013

Strafkamer

nr. S 12/02779 B

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Rotterdam van 22 mei 2012, nummer RK 12/200, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:

[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft schriftelijk het standpunt ingenomen dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel, als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 januari 2013.