Strafrecht overig

HR: art. 81 RO en overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.

Zaakgegevens

Op 5 februari 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 februari 2013
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
10/01273
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:BZ0627
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: art. 81 RO en overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.

Procesgang

  1. Gerechtshof Leeuwarden · 10 maart 2010

    ECLI:NL:GHLEE:2010:BL7124
  2. Hoge Raad · 5 februari 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:BZ0627

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 5 februari 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:BZ0627

Uitspraak

5 februari 2013

Strafkamer

nr. S 10/01273

SLU

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 10 maart 2010, nummer 24/000083-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.P. Visser, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak wat betreft de strafoplegging, tot vermindering van de aan verdachte opgelegde straf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van 170 dagen.

4. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze 153 dagen beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken op 5 februari 2013.