Strafrecht overig

Strafvermindering wegens schending redelijke termijn.

Zaakgegevens

Op 12 februari 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 februari 2013
Datum publicatie
8 april 2013
Zaaknummer
10/05044
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:BZ1894
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Strafvermindering wegens schending redelijke termijn.

Procesgang

  1. Rechtbank 's-Hertogenbosch · 15 april 2009

    ECLI:NL:RBSHE:2009:BI0918
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 17 november 2010

    ECLI:NL:GHSHE:2010:BO4267

    Meerdere afhandelingswijzen

  3. Hoge Raad · 12 februari 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:BZ1894

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  4. Conclusie A-G · 12 februari 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:BZ1894

Uitspraak

12 februari 2013

Strafkamer

nr. S 10/05044

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 17 november 2010, nummer 20/001365-09, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak wat betreft de opgelegde straf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

2.2. Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad in deze zaak waarin de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van zeventien jaren.

3. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze zestien jaren en zes maanden beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer B.C. de Savornin Lohman als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op 12 februari 2013.