Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 12 februari 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 februari 2013
Datum publicatie
8 april 2013
Zaaknummer
12/03535 W
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:BZ1967
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

WOTS-zaak. Art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 12 februari 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:BZ1967

  2. Conclusie A-G · 12 februari 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:BZ1967

Uitspraak

12 februari 2013

Strafkamer

nr. S 12/03535 W

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Roermond van 5 juni 2012, nummer 04/898005-10, omtrent een verzoek van het Koninkrijk België tot overname van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing tegen:

[De veroordeelde], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1. De bestreden uitspraak

De Rechtbank heeft verlof verleend tot de tenuitvoerlegging in Nederland van de beslissing van het Hof van Beroep te Antwerpen (België) van 28 juni 2007 waarbij aan de veroordeelde een gevangenisstraf van zes jaren is opgelegd. De Rechtbank heeft de veroordeelde ter zake van de in die beslissing vermelde feiten een gevangenisstraf opgelegd van (de Hoge Raad verstaat:) 48 maanden en 12 dagen, waarvan 21 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar. Voorts heeft de Rechtbank bevolen dat de tijd, welke de veroordeelde in de onderhavige zaak in voorarrest in Duitsland, België en Nederland, heeft doorgebracht, in totaal 822 dagen, bij de uitvoering van de aan de veroordeelde opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 12 februari 2013.