Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 9 april 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 april 2013
Datum publicatie
22 juni 2013
Zaaknummer
11/02026
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:BZ6507
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 9 april 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:BZ6507

  2. Conclusie A-G · 9 april 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:BZ6507

Uitspraak

9 april 2013

Strafkamer

nr. S 11/02026

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 19 april 2011, nummer 21/003541-09, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. S. Ben Tarraf, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 9 april 2013.