Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 16 april 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 april 2013
Datum publicatie
22 juni 2013
Zaaknummer
12/00233
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:BZ7171
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem · 22 december 2011

    ECLI:NL:GHARN:2011:BU8988
  2. Hoge Raad · 16 april 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:BZ7171

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Conclusie A-G · 16 april 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:BZ7171

Uitspraak

16 april 2013

Strafkamer

nr. S 12/00233

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, van 22 december 2011, nummer 24/002275-09, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. H.K. ter Brake, advocaat te Hoorn, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer H.A.G. Splinter-van Kan als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en N. Jörg, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 16 april 2013.