Strafrecht overig

Economische zaak. Conclusie AG over art. 1.2 Sr. HR: 81.1 RO.

Zaakgegevens

Op 14 mei 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 mei 2013
Datum publicatie
22 juni 2013
Zaaknummer
12/03046 E
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:BZ9948
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Economische zaak. Conclusie AG over art. 1.2 Sr. HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 14 mei 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:BZ9948

  2. Conclusie A-G · 14 mei 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:BZ9948

Uitspraak

14 mei 2013

Strafkamer

nr. S 12/03046 E

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, Economische Kamer, van 27 januari 2012, nummer 22/002039-10, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.J. van Dam, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 mei 2013.