Strafrecht overig

Antilliaanse zaak. Art. 81.1 RO.

Hoge Raad, 11 juni 2013

Zaakgegevens

Op 11 juni 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 juni 2013
Datum publicatie
22 juni 2013
Zaaknummer
12/01164 A
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:CA2551
E-mail

Samenvatting

Antilliaanse zaak. Art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 11 juni 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:CA2551

  2. Conclusie A-G · 11 juni 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:CA2551

Uitspraak

11 juni 2013

Strafkamer

nr. S 12/01164 A

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 16 februari 2012, nummer H 40/11, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. C. Reijntjes-Wendenburg, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer B.C. de Savornin Lohman als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juni 2013.