Strafrecht overig

De HR verklaart het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk.

Hoge Raad, 18 juni 2013

Zaakgegevens

Op 18 juni 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 juni 2013
Datum publicatie
22 juni 2013
Zaaknummer
12/03767
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:CA3316
E-mail

Samenvatting

De HR verklaart het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 18 juni 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:CA3316

  2. Conclusie A-G · 18 juni 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:CA3316

Uitspraak

18 juni 2013

Strafkamer

nr. S 12/03767

SLU

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, van 12 december 2011, nummer 24/000559-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G.J. Boven, advocaat te Leusden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft schriftelijk het standpunt ingenomen dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst, als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juni 2013.