Strafrecht overig
HR verklaart verdachte, gelet op art. 78.5 RO jo. Art 427 Sv, n-o in zijn beroep.
ECLI:NL:HR:2014:131 · Hoge Raad · 21 januari 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2014-131
Zaakgegevens
Op 21 januari 2014 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 januari 2014
- Datum publicatie
- 21 januari 2014
- Zaaknummer
- 13/02391
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:131
Samenvatting
HR verklaart verdachte, gelet op art. 78.5 RO jo. Art 427 Sv, n-o in zijn beroep.
Procesgang
Uitspraak · 2012
ECLI:NL:GHSHE:2012:2783Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 december 2013
ECLI:NL:PHR:2013:2404Hoge Raad · 21 januari 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:131
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
21 januari 2014
Strafkamer
nr. 13/02391
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 14 februari 2012, nummer 20/000392-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.Y. Taekema, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn cassatieberoep.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Blijkens de stukken is het procesverloop in deze zaak als volgt geweest:
(i) de verdachte is bij arrest van het Hof van 14 februari 2012 tot straf veroordeeld;
(ii) de verdachte heeft op 16 februari 2012 door een advocaat beroep in cassatie doen instellen tegen dit arrest;
(iii) dit cassatieberoep is door de Hoge Raad bij arrest van 23 oktober 2012 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat geen middelen van cassatie waren voorgesteld;
(iv) de verdachte heeft op 20 december 2012 op de voet van art. 451a Sv het onderhavige beroep in cassatie ingesteld tegen voormeld arrest van het Hof;
(v) namens de verdachte zijn op 5 juli 2013 bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
Gelet op hetgeen hiervoor is weergegeven, kan de verdachte - gezien art. 78, vijfde lid, RO in verbinding met art. 427 Sv - niet worden ontvangen in het onderhavige cassatieberoep.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 januari 2014.