Strafrecht overig

Beklag, beslag. HR verklaart betrokkene o.g.v. art. 552d.2 Sv n-o in het beroep (vgl…

Hoge Raad, 23 september 2014

Zaakgegevens

Op 23 september 2014 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 september 2014
Datum publicatie
23 september 2014
Zaaknummer
13/05765
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:2772
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beklag, beslag. HR verklaart betrokkene o.g.v. art. 552d.2 Sv n-o in het beroep (vgl. ECLI:NL:HR:2012:BX5512). I.c. doet zich niet de situatie voor dat de OvJ aan de beslagene de mededeling heeft gedaan van zijn voornemen het inbeslaggenomen voorwerp met toepassing van art. 116.3 Sv aan hem of aan een ander terug te geven, dan wel de situatie dat de beslagene moet worden beschouwd als een persoon aan wie een zodanige mededeling is gedaan. In dat geval zou het cassatieberoep ontvankelijk zijn (vgl. ECLI:NL:HR:1996:ZD0589, NJ 1997/387, ECLI:NL:HR:2007:AZ1656 en ECLI:NL:HR:2012:BT8915).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 17 juni 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:1626
  2. Hoge Raad · 23 september 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:2772

    Conclusie contrair

Uitspraak

23 september 2014

Strafkamer

nr. S 13/05765 B

ARA/KD

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 30 oktober 2013, nummer RK 13/201, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:

[klaagster] , gevestigd te [plaats].

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door [betrokkene 1]. Namens deze heeft mr. M.J. van Weerden, advocaat te Almere, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot verwijzing of terugwijzing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het beroep is gericht tegen een beschikking die is gegeven op het klaagschrift van [klaagster], welk klaagschrift strekte tot teruggave van een auto, merk Porsche Panamera, met het kenteken[AA-00-AA] – die onder [betrokkene 1] in beslag was genomen – aan [klaagster]. Bij de bestreden beschikking is het klaagschrift van [klaagster] gegrond verklaard en de teruggave van de auto aan haar gelast. Tegen die beschikking staat voor [betrokkene 1] blijkens art. 552d, tweede lid, Sv geen cassatieberoep open (vgl. HR 27 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX 5512). In de onderhavige zaak doet zich niet de situatie voor dat de officier van justitie aan de beslagene mededeling heeft gedaan van zijn voornemen het inbeslaggenomen voorwerp met toepassing van art. 116, derde lid, Sv aan hem of aan een ander terug te geven, dan wel de situatie dat de beslagene moet worden beschouwd als een persoon aan wie een zodanige mededeling is gedaan. In dat geval zou, zoals volgt uit HR 3 december 1996, ECLI:NL: HR:1996:ZD0589, NJ 1997/387, HR 20 februari 2007, ECLI:NL: HR:2007:AZ1656 en HR 24 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT8915 het cassatieberoep tegen de bestreden beschikking ontvankelijk zijn.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart [betrokkene 1] niet-ontvankelijk in het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 september 2014.