Strafrecht overig
OM-cassatie en verklaring overlijden verdachte, art. 69 Sr. In aanmerking genomen dat de overgelegde…
Hoge Raad, 7 oktober 2014
ECLI:NL:HR:2014:2911 · Hoge Raad · 7 oktober 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2014-2911
Zaakgegevens
Op 7 oktober 2014 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2014
- Datum publicatie
- 7 oktober 2014
- Zaaknummer
- 11/05729
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:2911
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OM-cassatie en verklaring overlijden verdachte, art. 69 Sr. In aanmerking genomen dat de overgelegde fotokopie niet zonder meer kan worden aangemerkt als een stuk aan de herkomst en betrouwbaarheid waarvan in redelijkheid niet kan worden getwijfeld en gelet op de resultaten van het onderzoek dat dienaangaande is verricht, kan niet zonder meer worden uitgegaan van de juistheid van de inhoud van deze verklaring. Daarom stuit de voortzetting van de vervolging niet af op art. 69 Sr, inhoudende dat het recht tot strafvordering vervalt door de dood van de verdachte.
Procesgang
Rechtbank Arnhem · 11 januari 2011
ECLI:NL:RBARN:2011:BP0343Gerechtshof Arnhem · 1 december 2011
ECLI:NL:GHARN:2011:BU6546(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 september 2014
ECLI:NL:PHR:2014:1820Hoge Raad · 7 oktober 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:2911
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 januari 2015
ECLI:NL:PHR:2015:68Hoge Raad · 17 februari 2015
ECLI:NL:HR:2015:346
Uitspraak
7 oktober 2014
Strafkamer
nr. S 11/05729
KD/ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 1 december 2011, nummer 21/000204-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.
1 Geding in cassatie
Door de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Namens deze zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.
Voorts is door de Advocaat-Generaal bij het Hof beroep ingesteld, dat volgens de akte van cassatie uitsluitend is gericht tegen de vrijspraak van het in de zaak met parketnummer 05-900833-10 tenlastegelegde. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadsman van de verdachte, mr. M.L.M. van der Voet, advocaat te Amsterdam, heeft dit beroep tegengesproken.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, behoudens voor zover daarbij het in eerste aanleg gewezen vonnis is vernietigd, en tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging van de verdachte.
2 Ambtshalve beoordeling van de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging
In cassatie is door de raadsman van de verdachte een fotokopie overgelegd van een stuk dat blijkens de eveneens overgelegde Engelse vertaling inhoudt een verklaring omtrent het overlijden van de verdachte op 14 juli 2012 te Shiraz (Iran).
In aanmerking genomen dat de overgelegde fotokopie niet zonder meer kan worden aangemerkt als een stuk aan de herkomst en betrouwbaarheid waarvan in redelijkheid niet kan worden getwijfeld en gelet op de resultaten van het onderzoek dat dienaangaande is verricht, kan niet zonder meer worden uitgegaan van de juistheid van de inhoud van deze verklaring. Daarom stuit de voortzetting van de vervolging niet af op art. 69 Sr, inhoudende dat het recht tot strafvordering vervalt door de dood van de verdachte.
De Advocaat-Generaal heeft zich niet uitgelaten over het voorgestelde middel. De Hoge Raad is van oordeel dat de Advocaat-Generaal daartoe alsnog in de gelegenheid behoort te worden gesteld. Met het oog daarop dient de zaak naar de rolzitting te worden verwezen.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
verwijst de zaak naar de rolzitting van 14 oktober 2014;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 oktober 2014.