Strafrecht overig

Slagende klacht over v.v. Het Hof heeft o.m. beslist dat “de overige voorwerpen zoals genoemd in de…

Hoge Raad, 11 maart 2014

Zaakgegevens

Op 11 maart 2014 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 maart 2014
Datum publicatie
11 maart 2014
Zaaknummer
13/01890
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:527
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Slagende klacht over v.v. Het Hof heeft o.m. beslist dat “de overige voorwerpen zoals genoemd in de beslaglijst (aangehecht)” verbeurd worden verklaard. Door een kennelijke vergissing is de verkeerde beslaglijst aan de bestreden uitspraak gehecht. HR wijst zaak wat betreft de strafoplegging terug.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 4 februari 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:115
  2. Hoge Raad · 11 maart 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:527

Uitspraak

11 maart 2014

Strafkamer

nr. 13/01890

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 29 maart 2013, nummer 21/004677-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.P. van der Graaf, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak ten aanzien van de beslissing tot verbeurdverklaring, in zoverre tot een zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste, het tweede, het derde en het vierde middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beoordeling van het vijfde middel

3.1.

Het middel klaagt over de verbeurdverklaring.

3.2.

Ten aanzien van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen heeft het Hof in de bestreden uitspraak het volgende overwogen:

"Beslag

Het onder 1 en 2 tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot de hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen. Zij behoren de veroordeelde toe. Zij zullen daarom worden verbeurd verklaard.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

(...)

Beslissing

Het Hof:

(...)

Gelast de teruggave aan de politie van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- een bord 'stop politie'.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- de Volvo C30

- het Swarovski kristal

- de sieraden en horloges waarvan vastgesteld is of wordt dat de echtgenote van verdachte de rechthebbende is.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- de overige voorwerpen zoals genoemd in de beslaglijst (aangehecht)."

3.3.

Blijkens de aan de bestreden uitspraak als bijlage II gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen betreft het hier een beslaglijst die als parketnummer "42/701091-12" vermeldt en als naam van de verdachte "[betrokkene 2]" Door een kennelijke vergissing is de verkeerde beslaglijst aan de bestreden uitspraak gehecht.

3.4.

Het middel klaagt terecht dat de verbeurdverklaring niet naar behoren is gemotiveerd.

4 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 maart 2014.