Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Hoge Raad, 14 januari 2014

Zaakgegevens

Op 14 januari 2014 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 januari 2014
Datum publicatie
14 januari 2014
Zaaknummer
12/04119
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:60
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 80a RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Dordrecht · 22 juni 2010

    ECLI:NL:RBDOR:2010:BM8612
  2. Gerechtshof 's-Gravenhage · 24 februari 2012

    ECLI:NL:GHSGR:2012:BV8339

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 10 december 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:2391
  4. Hoge Raad · 14 januari 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:60

    Conclusie gevolgd · Niet ontvankelijk

Uitspraak

14 januari 2014

Strafkamer

nr. 12/04119

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 24 februari 2012, nummer 22/003625-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft schriftelijk het standpunt ingenomen dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.



3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 januari 2014.