Strafrecht overig

Veroordelingen wegens verduistering in dienstbetrekking en gewoontewitwassen. Samenhang met de zaak tegen de…

Zaakgegevens

Op 9 juni 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 juni 2015
Datum publicatie
9 juni 2015
Zaaknummer
13/03026
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:1501
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Veroordelingen wegens verduistering in dienstbetrekking en gewoontewitwassen. Samenhang met de zaak tegen de echtgenoot van de verdachte. HR: 80a RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 8 mei 2013

    ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ9805
  2. Conclusie A-G · 17 maart 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:763
  3. Hoge Raad · 9 juni 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:1501

    Conclusie gevolgd · Niet ontvankelijk

Uitspraak

Inhoudsopgave

9 juni 2015

Strafkamer

nr. 13/03026

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 mei 2013, nummer 20/001222-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft schriftelijk het standpunt ingenomen dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juni 2015.