Strafrecht overig
Profijtontneming. Slagende bewijsklacht. De (hennep)teeltperiode die het Hof aan de schatting van het wvv ten…
ECLI:NL:HR:2015:3582 · Hoge Raad · 15 december 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2015-3582
Zaakgegevens
Op 15 december 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 december 2015
- Datum publicatie
- 15 december 2015
- Zaaknummer
- 14/05729
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:3582
Samenvatting
Profijtontneming. Slagende bewijsklacht. De (hennep)teeltperiode die het Hof aan de schatting van het wvv ten grondslag heeft gelegd kan niet zonder meer worden ontleend aan de gebezigde bewijsmiddelen.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 6 november 2014
ECLI:NL:GHARL:2014:8516Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 oktober 2015
ECLI:NL:PHR:2015:2404Hoge Raad · 15 december 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:3582
(Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzenVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
15 december 2015
Strafkamer
nr. S 14/05729 P
NA/CB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 6 november 2014, nummer 21/004946-12, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. R. Zilver, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het middel
Het middel klaagt dat 's Hofs schatting van het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel niet aan de inhoud van de wettige bewijsmiddelen is ontleend, voor zover het Hof daarbij heeft betrokken dat de betrokkene voordeel heeft genoten uit hennepteelt in de periode van september 2006 tot eind augustus 2008.
In de met deze ontnemingsprocedure samenhangende strafzaak is ten laste van de betrokkene onder meer bewezenverklaard dat hij in de periode van 1 augustus 2008 tot en met 15 oktober 2008 opzettelijk hennep heeft geteeld.
De bestreden uitspraak houdt omtrent de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel het volgende in:
"Uit het strafdossier en bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat veroordeelde uit andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij zijn begaan, financieel voordeel heeft verkregen.
Aan de inhoud van wettige bewijsmiddelen ontleent het hof de schatting van dat voordeel op een bedrag van € 425.000,-. Het hof komt als volgt tot deze schatting.
(...)
Het hof stelt vast dat [betrokkene 1] een gedetailleerde verklaring over de hennepkwekerij van de veroordeelde heeft afgelegd. Een aantal aspecten uit zijn verklaring zijn aantoonbaar juist gebleken. Zo heeft [betrokkene 1] verklaard dat de veroordeelde direct na de brand in diens woning in maart 2006 op de zolder van de paardenstal een hennepkwekerij is gestart. [betrokkene 1] is daar twee à drie keer geweest en volgens hem stonden daar ongeveer duizend hennepplanten.
(...)
Het hof gaat bij het bepalen van de teeltperiode uit van de verklaring van [betrokkene 1] dat de veroordeelde na de woningbrand in maart 2006 met de hennepkwekerij is gestart. Hierbij wordt in het voordeel van de veroordeelde in aanmerking genomen dat de opbouw van de hennepkwekerij, gelet op de omvang en de professionele inrichting daarvan, enige tijd zal hebben gevergd. Derhalve gaat het hof voor de berekening van het aantal oogsten uit van de periode september 2006 tot eind augustus 2008. In deze periode kunnen bij een teeltperiode van 10 weken 10 oogsten plaatsgevonden hebben. Rekening houdend met mogelijke veranderingen en aanpassingen in de hennepkwekerij zal het hof, evenals de advocaat-generaal, uitgaan van 8 geslaagde oogsten. (...)"
De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft het Hof onder meer aan het volgende bewijsmiddel ontleend:
"5.
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL050B/08-107976 gesloten en getekend op 11 november 2008 door [verbalisant], brigadier van politie Twente (pagina 316-317) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van medeverdachte [betrokkene 1]:
[betrokkene] heeft bij zijn woning een paardenstal staan. Direct nadat de verzekering het onderzoek naar de woningbrand van [betrokkene] had afgerond heeft [betrokkene] een hennepkwekerij op de zolder van de paardenstal ingericht. Ik ben zelf 2 a 3 keer op de zolder van deze stal geweest en heb ook zelf de hennepkwekerij gezien. Ik was toen alleen met [betrokkene] in die kwekerij. [betrokkene] vertelde mij dat er ongeveer 1.000 hennepplanten stonden.
(...)"
Het Hof heeft aan de schatting van het voordeel ten grondslag gelegd dat de teeltperiode waarin de in aanmerking genomen oogsten hebben plaatsgevonden liep van september 2006 tot eind augustus 2008. Aan de gebezigde bewijsmiddelen kan (de aanvang van) deze periode evenwel niet zonder meer worden ontleend. In dat opzicht is de schatting van het Hof niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
Het middel slaagt.
3 Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 december 2015.