Strafrecht overig

Geen schriftuur ingediend, beroep in cassatie n-o.

Zaakgegevens

Op 22 december 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 december 2015
Datum publicatie
22 december 2015
Zaaknummer
14/06583
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:3695
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Geen schriftuur ingediend, beroep in cassatie n-o.

Procesgang

  1. Rechtbank Gelderland · 3 september 2013

    ECLI:NL:RBGEL:2013:2733
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 10 november 2014

    ECLI:NL:GHARL:2014:8606

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 8 september 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:2123
  4. Hoge Raad · 22 december 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:3695

    Niet ontvankelijk · Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

22 december 2015

Strafkamer

Nr. S 14/06583

EC/AGE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 10 november 2014, nummer 21/007302-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 december 2015.