Strafrecht overig

Hoge Raad · Cassatie · Strafrecht overig

Hoge Raad, 22 december 2015

Zaakgegevens

Op 22 december 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 december 2015
Datum publicatie
23 december 2015
Zaaknummer
14/03209
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:3709
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: art. 80a RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 3 november 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:2457
  2. Hoge Raad · 22 december 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:3709

Uitspraak

22 december 2015

Strafkamer

nr. S 14/03209

SR

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 6 juni 2014, nummer 22/001579-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3
3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 december 2015.