Strafrecht overig
Profijtontneming. Motiveringseisen aan het gebruik van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van…
Hoge Raad, 2 februari 2016
ECLI:NL:HR:2016:164 · Hoge Raad · 2 februari 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2016-164
Zaakgegevens
Op 2 februari 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 februari 2016
- Datum publicatie
- 2 februari 2016
- Zaaknummer
- 14/02260
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:164
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Profijtontneming. Motiveringseisen aan het gebruik van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt. Art. 344a.3 en 360.1 Sv. Als de rechter in de ontnemingsprocedure de schatting van het w.v.v. mede ontleent aan een schriftelijk bescheid houdende een anonieme verklaring, moet hij overeenkomstig art. 360.1 Sv in zijn uitspraak ervan blijk geven dat hij heeft onderzocht of de anonieme verklaring betrouwbaar is en of aan de verdedigingsrechten van betrokkene in voldoende mate is tegemoetgekomen (Vgl . ECLI:NL:HR:2011:BQ6002). HR vernietigt de zaak omdat van een dergelijk onderzoek niet blijkt.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 november 2015
ECLI:NL:PHR:2015:2595Hoge Raad · 2 februari 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:164
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
2 februari 2016
Strafkamer
nr. S 14/02260 P
ARA/AGE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 6 maart 2014, nummer 20/002948-13, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. J.L.E. Marchal, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het middel
Het middel klaagt onder meer dat het Hof de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel mede heeft ontleend aan schriftelijke bescheiden houdende anonieme verklaringen, terwijl het Hof in zijn uitspraak geen blijk heeft gegeven te hebben onderzocht of de anonieme verklaringen betrouwbaar zijn, alsmede of aan de verdedigingsrechten van de betrokkene in voldoende mate is tegemoetgekomen.
Het Hof heeft geoordeeld dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft genoten. Het Hof heeft dit voordeel geschat op € 11.000,- en aan de betrokkene een betalingsverplichting opgelegd ter hoogte van dit bedrag. Het middel doelt op de inhoud van bewijsmiddel 1. Dat bewijsmiddel luidt - voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang - als volgt:
"Een proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij regiopolitie Limburg-Zuid, District Sittard basiseenheid Geleen, met bijlagen, d.d. 4 januari 2011 in de wettelijke vorm opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , allen brigadier van politie (dossierpagina's 1 tot en met 8), voor zover dit inhoudt, als relaas van voornoemde verbalisanten:
(...)
Door ons, [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , allen brigadier en taakveldhouder verdovende middelen van regiopolitie Limburg-Zuid, werkzaam bij het hennepteam Sittard, wordt verklaard:
Aanleiding onderzoek:
Naar aanleiding van:
- een op 07-07-2010 ontvangen anonieme e-mail;
- een op 03-09-2010 ontvangen i3s melding."
Het middel doelt voorts op de volgende overweging van het Hof:
"Gelet op hetgeen is aangetroffen in de kelder aan de [a-straat 1] te [woonplaats] in combinatie met anonieme meldingen op 7 juli 2010 en 3 september 2010, acht het hof het aannemelijk dat veroordeelde in de periode van 7 juli 2010 tot 10 november 2010, de in de strafzaak bewezen verklaarde periode, 2 oogsten van (ten minste) 127 hennepplanten heeft gehad."
Uit het vorenstaande volgt dat het Hof de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel mede heeft ontleend aan een of meer schriftelijke bescheiden houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, als bedoeld in art. 344a, derde lid, Sv.
Indien de rechter in de ontnemingsprocedure de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel mede ontleent aan een schriftelijk bescheid houdende een anonieme verklaring, dient hij overeenkomstig art. 360, eerste lid, Sv in zijn uitspraak ervan blijk te geven te hebben onderzocht of de anonieme verklaring betrouwbaar is, alsmede of aan de verdedigingsrechten van de betrokkene in voldoende mate is tegemoetgekomen. (Vgl. HR 20 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ6002, NJ 2012/412.)
Van een dergelijk onderzoek blijkt niet.
Het middel klaagt hierover terecht.
3 Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het middel voor het overige geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 februari 2016.