Strafrecht overig

Voorwaardelijk opzet, poging doodslag door met een aardappelmesje te steken in been, arm en tweemaal in de…

Zaakgegevens

Op 25 oktober 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 oktober 2016
Datum publicatie
25 oktober 2016
Zaaknummer
15/04179
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:2415
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Voorwaardelijk opzet, poging doodslag door met een aardappelmesje te steken in been, arm en tweemaal in de rug. HR: art. 80a RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2015

    ECLI:NL:GHARL:2015:6038
  2. Hoge Raad · 25 oktober 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:2415

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

Inhoudsopgave

25 oktober 2016

Strafkamer

nr. S 15/04179

IV

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 13 augustus 2015, nummer 21/009469-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben O.J. Much en M.C. Levy, beiden advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 oktober 2016.