Strafrecht overig

Vervolg op HR 29 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2855 (alcoholslotprogramma). HR ambtshalve: OM n-o in…

Zaakgegevens

Op 16 februari 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 februari 2016
Datum publicatie
16 februari 2016
Zaaknummer
14/04781
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:242
E-mail

Samenvatting

Vervolg op HR 29 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2855 (alcoholslotprogramma). HR ambtshalve: OM n-o in vervolging, verdachte overleden (art. 69 Sr).

Procesgang

  1. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:GHAMS:2014:1185
  2. Conclusie A-G · 26 januari 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:43
  3. Hoge Raad · 16 februari 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:242

Uitspraak

Inhoudsopgave

16 februari 2016

Strafkamer

nr. S 14/04781

ES

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 28 maart 2014, nummer 23/003872-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.

1 Geding in cassatie

1.1.

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.F. Bakker, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.

1.2.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 29 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2855, bepaald dat de raadsman van de verdachte in de gelegenheid wordt gesteld om binnen acht weken stukken in te zenden waaruit blijkt dat aan de verdachte de verplichting is opgelegd tot deelname aan een alcoholslotprogramma.

1.3.

De raadsman heeft bij brief van 1 december 2015 medegedeeld dat de verdachte is overleden.

1.4.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, behalve voor zover daarbij het vonnis van de Politierechter is vernietigd en tot niet-ontvankelijkverklaring van de Officier van Justitie in de vervolging.

2 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

Blijkens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente is de verdachte op 1 maart 2015 aldaar overleden.

Daarom is volgens art. 69 Sr in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen.

3 Slotsom

Uit het voorgaande vloeit voort dat als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam en de uitspraak van de Politierechter in de Rechtbank Amsterdam;

verklaart de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk in de vervolging.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 februari 2016.