Strafrecht overig

Profijtontneming. HR: art. 80a RO. Samenhang met 14/06230.

Zaakgegevens

Op 8 november 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 november 2016
Datum publicatie
8 november 2016
Zaaknummer
14/06231
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:2522
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Profijtontneming. HR: art. 80a RO. Samenhang met 14/06230.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 28 juni 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:794
  2. Hoge Raad · 8 november 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:2522

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

8 november 2016

Strafkamer

nr. S 14/06231 P

MD/DAZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 november 2014, nummer 20/003632-13, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft J.W. Heemskerk, advocaat te Roermond, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 november 2016.