Strafrecht overig

Geen middelen ingediend, verdachte n-o ex art. 437.2 Sv. Samenhang met 15/01560 en 15/02358.

Hoge Raad, 15 november 2016

Zaakgegevens

Op 15 november 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 november 2016
Datum publicatie
15 november 2016
Zaaknummer
15/01558
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:2584
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Geen middelen ingediend, verdachte n-o ex art. 437.2 Sv. Samenhang met 15/01560 en 15/02358.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2015

    ECLI:NL:GHDHA:2015:637
  2. Conclusie A-G · 6 september 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:1061
  3. Hoge Raad · 15 november 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:2584

    Conclusie gevolgd · Niet ontvankelijk

Uitspraak

15 november 2016

Strafkamer

Nr. S 15/01558

BKL

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 24 maart 2015, nummer 22/001066-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 november 2016.