Strafrecht overig
Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een…
ECLI:NL:HR:2016:3430 · Hoge Raad · 20 december 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2016-3430
Zaakgegevens
Op 20 december 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 december 2016
- Datum publicatie
- 8 maart 2017
- Zaaknummer
- 16/02559
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:3430
Samenvatting
Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 25 september 2015
ECLI:NL:GHDHA:2015:4019Hoge Raad · 20 december 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:3430
Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
20 december 2016
Strafkamer
nr. S 16/02559
SSA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 25 september 2015, nummer 22/000411-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R. Tetteroo, advocaat te Schiedam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december 2016.
SCHRIFTUUR: houdende middelen van cassatie in de zaak van:
[verdachte], verzoeker tot cassatie van een hem betreffend arrest van het gerechtshof te Den Haag d.d. 25 september 2015 met rolnummer22-000411-14
Middel 1
Het recht is geschonden en/of vormen zijn verzuimd waarvan niet naleving nietigheid medebrengt.
In het bijzonder is artikel 359 Wetboek van Strafvordering geschonden aangezien het gerechtshof het gevoerde strafmaatverweer onvoldoende met redenen bekleed heeft verworpen.
Toelichting:
De zaak van verzoeker is ter zitting d.d. 11 september 2015 behandeld. Namens de verdediging zijn ten aanzien van de bewezenverklaring en de stafbaarheid geen verweren gevoerd. Door de verdediging zijn wel strafmaatverweren gevoerd. De verweren staan kort en zakelijk omschreven in het proces-verbaal van de terechtzitting.
Door de verdediging is tevens ter zitting een aantal stukken overgelegd. Het betroffen medische stukken. Onder andere een brief van de huisarts die aangaf dat verzoeker niet detentiegeschikt was. Tevens is, zoals ook uit het proces-verbaal van de zitting blijkt, aangevoerd dat cliënt, gelet op zijn medische situatie, niet in een normale PI kon verblijven en al geruime tijd in het Justitieel Centrum voor Somantische zorg verbleef. Ter zitting is aangegeven dat verzoeker detentieongeschikt en in ieder geval niet in een "normale" PI kon verblijven".
Verzoeker stelt dat het gerechtshof in het geheel geen rekening heeft gehouden met voornoemde omstandigheden, althans uit het arrest en de strafmotivering blijkt niet dat met de aangevoerde omstandigheden rekening is gehouden.
In de strafmotivering worden de door verzoeker genoemde omstandigheden in het geheel niet benoemd. Het gerechtshof heeft immers in het arrest met geen enkel woord gerept over de medische gesteldheid van verzoeker en de gevoerde verweren. Verzoeker stelt dat het bezigen van de term "alles overwegende" zoals het hof op pagina 6 derde alinea heeft gedaan, niet gezien kan worden als een met redenen omkleedde verwijzing naar de namens verzoeker gevoerde verweren.
Verzoeker stelt dat derhalve de strafmotivering onvoldoende met redenen is omkleed.
Dat
Op vorenstaande gronden het u Edelhoogachtbaar College moge behagen, gemelde uitspraak te vernietigen met een zodanige uitspraak als uw Edelhoogachtbaar College noodzakelijk voorkomt