Strafrecht overig

Medeplichtigheid aan medeplegen van voorbereiding van moord door foto’s beoogd slachtoffer te verstrekken en…

Zaakgegevens

Op 6 juni 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 juni 2017
Datum publicatie
6 juni 2017
Zaaknummer
16/00584
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:1022
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplichtigheid aan medeplegen van voorbereiding van moord door foto’s beoogd slachtoffer te verstrekken en voorhanden hebben van vuurwapen, art. 13.1 WWM. Middelen m.b.t. duidelijkheid foto’s en beroep op psychische overmacht. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG. Samenhang met 16/00642; 16/01029; 16/02886 en 16/05905 (niet gepubl.).

Uitspraak

Inhoudsopgave

6 juni 2017

Strafkamer

nr. S 16/00584

SA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 januari 2016, nummer 23/001205-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juni 2017.