Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder ex-vrouw en dochter van klager. Art. 552a en 134.2 Sv. OvJ heeft…
Hoge Raad, 10 oktober 2017
ECLI:NL:HR:2017:2592 · Hoge Raad · 10 oktober 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2017-2592
Zaakgegevens
Op 10 oktober 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 oktober 2017
- Datum publicatie
- 11 oktober 2017
- Zaaknummer
- 16/05007
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:2592
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder ex-vrouw en dochter van klager. Art. 552a en 134.2 Sv. OvJ heeft medegedeeld dat auto inmiddels is vernietigd. Omdat het beslag reeds was beëindigd t.t.v. de beslissing op het klaagschrift, had de Rb klager in zijn klaagschrift n-o behoren te verklaren. Volgt vernietiging van de beschikking van de Rb en alsnog n-o verklaring van klager in het beklag.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 juli 2017
ECLI:NL:PHR:2017:1044Hoge Raad · 10 oktober 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:2592
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
10 oktober 2017
Strafkamer
nr. S 16/05007 B
ES
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 5 oktober 2016, nummer RK 16/739, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager] , geboren op [geboortedatum] 1964.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot alsnog niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn beklag.
2 Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikking
Het gaat in deze zaak om de inbeslagneming onder (onder meer) de ex-vrouw en dochter van de klager van een personenauto, Toyota, type Starlet, met kenteken [AA-00-BB]. Op 1 augustus 2016 is een klaagschrift als bedoeld in art. 552a, eerste lid, Sv binnengekomen bij de Rechtbank, strekkende tot teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp aan de klager. Dat klaagschrift is door de Rechtbank op 21 september 2016 behandeld, waarna de Rechtbank op 5 oktober 2016 de bestreden beschikking heeft gegeven waarbij het beklag ongegrond is verklaard.
Blijkens het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer en de bestreden beschikking heeft de Officier van Justitie onder meer medegedeeld dat de personenauto inmiddels vanwege de hoge stallingskosten en de geringe waarde van de personenauto is vernietigd.
Art. 134, tweede lid, Sv luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
"Het beslag wordt beëindigd doordat hetzij
(...)
c. de machtiging als bedoeld in artikel 117 is verleend en het voorwerp niet om baat is vervreemd; (...)"
Gelet op het voorgaande was het beslag reeds beëindigd ten tijde van de beslissing op het klaagschrift. Dat brengt mee dat de Rechtbank de klager in zijn klaagschrift niet-ontvankelijk had behoren te verklaren.
3 Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven, het middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
verklaart de klager alsnog niet-ontvankelijk in het beklag.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 oktober 2017.