Strafrecht overig

Medeplegen poging moord en opzetheling. Verwerping verweer betreffende bruikbaarheid van de tot bewijs…

Hoge Raad, 31 oktober 2017

Zaakgegevens

Op 31 oktober 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
31 oktober 2017
Datum publicatie
31 oktober 2017
Zaaknummer
17/00553
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:2802
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen poging moord en opzetheling. Verwerping verweer betreffende bruikbaarheid van de tot bewijs gebezigde resultaten van DNA-onderzoek t.a.v. feit 1. HR: art. 80a RO. Samenhang met 16/02993.

Procesgang

  1. Rechtbank Oost-Brabant · 21 november 2014

    ECLI:NL:RBOBR:2014:7096
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16 december 2015

    ECLI:NL:GHSHE:2015:5260

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 12 september 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:1198
  4. Hoge Raad · 31 oktober 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:2802

    Conclusie gevolgd · Niet ontvankelijk

Uitspraak

31 oktober 2017

Strafkamer

nr. S 17/00553

SA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 december 2015, nummer 20/003557-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. van Wijk, advocaat te Eindhoven, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 oktober 2017.