Strafrecht overig
Serie vermogensdelicten regio Den Bosch. HR: art. 80a RO. Samenhang met 15/00651 en 15/00654.
ECLI:NL:HR:2017:326 · Hoge Raad · 28 februari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2017-326
Zaakgegevens
Op 28 februari 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 februari 2017
- Datum publicatie
- 28 februari 2017
- Zaaknummer
- 15/00382
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:326
Samenvatting
Serie vermogensdelicten regio Den Bosch. HR: art. 80a RO. Samenhang met 15/00651 en 15/00654.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 23 januari 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:152Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 januari 2017
ECLI:NL:PHR:2017:93Hoge Raad · 28 februari 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:326
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
28 februari 2017
Strafkamer
nr. S 15/00382
EC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 januari 2015, nummer 20/000822-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft I.T.H.L. van de Bergh, advocaat te Maastricht, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 februari 2017.