Strafrecht overig
Mensenhandel (meermalen gepleegd) en medeplegen mishandeling, art. 273f en 300 Sr. 1. Bewijsklachten…
Hoge Raad, 3 oktober 2017
ECLI:NL:HR:2017:3483 · Hoge Raad · 3 oktober 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2017-3483
Zaakgegevens
Op 3 oktober 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 oktober 2017
- Datum publicatie
- 29 maart 2018
- Zaaknummer
- 15/05810
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:3483
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mensenhandel (meermalen gepleegd) en medeplegen mishandeling, art. 273f en 300 Sr. 1. Bewijsklachten medeplegen mishandeling m.b.t. medeplegen en pleegperiode. 2. Heeft verdachte aangeefster “gehuisvest” a.b.i. art. 273f.1.1 Sr? HR: art. 81.1 RO met verbeterde lezing kwalificatie in rov. 1 (mishandeling).
Procesgang
Rechtbank Amsterdam · 17 juni 2013
ECLI:NL:RBAMS:2013:CA3399Gerechtshof Amsterdam · 11 december 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:5188Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 juli 2017
ECLI:NL:PHR:2017:1108Hoge Raad · 3 oktober 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:3483
(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Uitspraak
3 oktober 2017
Strafkamer
nr. S 15/05810
ES
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 11 december 2015, nummer 23/002915-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971.
1 De bestreden uitspraak
Het Hof heeft de verdachte in hoger beroep – met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank Amsterdam van 17 juni 2013 - veroordeeld ter zake van onder meer 4. (de Hoge Raad leest:) mishandeling tot een gevangenisstraf van negen jaren. Voorts heeft het Hof de vorderingen van benadeelde partijen toegewezen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd zoals in het arrest omschreven.
2 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot vermindering van de opgelegde straf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
3 Beoordeling van het eerste en het tweede middel
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beoordeling van het derde middel
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad in deze zaak waarin de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van negen jaren.
5 Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
6 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze acht jaren en zes maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 oktober 2017.