Strafrecht overig
Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een…
Hoge Raad, 10 januari 2017
ECLI:NL:HR:2017:503 · Hoge Raad · 10 januari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2017-503
Zaakgegevens
Op 10 januari 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 januari 2017
- Datum publicatie
- 27 maart 2017
- Zaaknummer
- 16/01905
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:503
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 18 maart 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:2367Hoge Raad · 10 januari 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:503
Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
10 januari 2017
Strafkamer
nr. S 16/01905
LBS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 18 maart 2016, nummer 21/003412-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.C. van der Velde, advocaat te Almere, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 januari 2017.
SCHRIFTUUR HOUDENDE MIDDELEN VAN CASSATIE Zaaknummer: S 16/01905
Parketnummer: 21/003412-14
Namens verzoeker, [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, draag ik het volgende middel voor tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, locatie Leeuwarden uitgesproken op 18 maart 2016 onder parketnummer 21/003412-14
waarbij verzoeker terzake opzettelijk telen en opzettelijk aanwezig hebben van 26 hennepplanten is veroordeeld tot een geldboete van €750,00.
Middel
Er is sprake van schending van recht en/of verzuim van vormen zoals bedoeld in art. 79 RO, in het bijzonder art. 359 lid 3jo art. 415 Wetboek van Strafvordering.
Het Gerechtshof is op onjuiste en/of ontoereikende gronden tot de bewezenverklaring gekomen. De tot het bewijs gebezigde bewijsmiddelen kunnen de bewezenverklaring niet dragen.
Toelichting
Uit de bewijsmiddelen blijkt in het geheel niet dat daadwerkelijk over de bewezenverklaarde periode 26 hennepplanten zijn geteeld en/ of aanwezig zijn geweest. Er worden vier bewijsmiddelen gebezigd. Noch zelfstandig, noch in onderlinge samenhang bezien kunnen deze de bewezenverklaring in voldoende mate dragen.
Bewijsmiddel 1 betreft een proces-verbaal waarin de aangetroffen ‘kweekruimte’ wordt beschreven. Hierin staat opgenomen: “er stonden geen hennepplanten”. Het als bewijsmiddel 4 gebezigde rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel rept over “26 stronken” die zijn aangetroffen. Waardoor deze conclusie wordt onderbouwd blijkt niet uit de bewijsmiddelen.
Terwijl het strafdossier zelf niet spreekt over hennepplanten of aangetroffen stronken wordt voor de bewijsvoering verwezen naar de voordeelsberekening. Hierdoor ontstaat een Kafkaiaanse cirkelredenering binnen de bewijsconstructie en het hierop gebaseerde wederrechtelijk voordeel. Nu kennelijk binnen de strafzaak en het strafrechtelijk onderzoek niet is komen vast te staan dat er gedurende de ten laste gelegde periode 26 planten zijn geteeld en aanwezig zijn geweest, kan dit niet worden bewezen of uit de gebezigde bewijsmiddelen worden geconcludeerd.
De beslissing van het hof op dit punt is derhalve onjuist, althans onvoldoende gemotiveerd, althans niet zonder meer begrijpelijk.
Op grond van voorgaand middel is verzoeker van mening dat het arrest van het Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, locatie Leeuwarden, voor vernietiging en verwijzing danwel terugwijzing in aanmerking komt.