Strafrecht overig
Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een…
Hoge Raad, 7 februari 2017
ECLI:NL:HR:2017:799 · Hoge Raad · 7 februari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2017-799
Zaakgegevens
Op 7 februari 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 februari 2017
- Datum publicatie
- 2 mei 2017
- Zaaknummer
- 16/01143
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:799
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 16 februari 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:5846Hoge Raad · 7 februari 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:799
Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
7 februari 2017
Strafkamer
nr. S 16/01143
DAZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 16 februari 2016, nummer 23/000530-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 februari 2017.
SCHRIFTUUR VAN CASSATIE
In de zaak van de heer [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats], requirant van cassatie, te dezer zake domicilie kiezende aan de Parkstraat 10 te (4818 SJ) Breda, ten kantore van Thomas Doesburg & van ’t Land Strafrechtadvocaten, van wie mr. JJ.J. van Rijsbergen bepaaldelijk is gevolmachtigd deze cassatieschriftuur op te maken, te ondertekenen en in te dienen, tegen het hem betreffende arrest met het parketnummer 23/000530-13 van het gerechtshof Amsterdam d.d. 16 februari 2016.
Middel I
Schending en/of verkeerde toepassing van recht en/of verzuim van vormen, waarvan de naleving op straffe van nietigheid is voorgeschreven of de nietigheid voortvloeit uit de aard van de niet in acht genomen vormen, doordat de bewezenverklaring van het hof inhoudende dat sprake is van medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, niet zonder meer kan volgen uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen. De bewezenverklaring is aldus niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
Toelichting
Op pagina 11 van het gewraakte arrest heeft het hof het navolgende bewezenverklaard:
‘1 subsidiair
Op 28 mei 2011 te Muiderberg, gemeente Muiden, en/of Naarden, tezamen en in vereniging met een ander [betrokkene] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers hebben verdachte en zijn mededader opzettelijk dreigend met een door hem en zijn mededaders bestuurde personenauto (merk Audi, type A3, kenteken [AA-00-BB] en merk Opel, type Astra) met hoge snelheid, voornoemde [betrokkene], die zich op dat moment op een motorfiets bevond en met een hoge snelheid reed,
-Afgesneden en vervolgens
- Gepoogd tegen de linker vangrail klem te drukken, en vervolgens
- Tussen beide voornoemde personenauto ’s klemgereden,
Tengevolge waarvan voornoemde [betrokkene] telkens moest afremmen of uitwijken om te voorkomen dat hij zou worden aangereden of ten val zou komen.’
De door het hof gebezigde bewijsmiddelen zijn opgenomen op pagina 5 tot en met 9 van het arrest. De bewezenverklaring van medeplegen kan evenwel niet zonder meer kan worden afgeleid uit de gebezigde bewijsmiddelen, weshalve de bestreden uitspraak in zoverre niet naar de eis der wet met redenen is omkleed. In het bijzonder blijkt niet van de voor medeplegen vereiste bewuste samenwerking.
Met conclusie
Op voormelde grond concludeer ik namens requirant tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof.