Strafrecht overig

Geen middelen van cassatie ingediend. Beroep n-o. Samenhang met 15/03373 en 15/03460.

Zaakgegevens

Op 23 mei 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 mei 2017
Datum publicatie
23 mei 2017
Zaaknummer
15/03265
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:947
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Geen middelen van cassatie ingediend. Beroep n-o. Samenhang met 15/03373 en 15/03460.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 10 juli 2015

    ECLI:NL:GHDHA:2015:1892
  2. Conclusie A-G · 14 maart 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:362
  3. Hoge Raad · 23 mei 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:947

    Conclusie gevolgd · Niet ontvankelijk

Uitspraak

Inhoudsopgave

23 mei 2017

Strafkamer

nr. S 15/03265

CeH/DFL

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 10 juli 2015, nummer 22/004304-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.C. van Paridon, advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend, die echter eerst na afloop van de bij de wet gestelde termijn bij de griffie van de Hoge Raad is ingekomen.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 mei 2017.