Strafrecht overig

Poging tot uitlokking van moord op ex-vriend en diens nieuwe vriendin, art. 46a jo. 289 Sr en bedreiging van…

Hoge Raad, 11 september 2018

Zaakgegevens

Op 11 september 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 september 2018
Datum publicatie
11 september 2018
Zaaknummer
17/05444
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:1554
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging tot uitlokking van moord op ex-vriend en diens nieuwe vriendin, art. 46a jo. 289 Sr en bedreiging van ex-vriend met enig misdrijf tegen het leven gericht, art. 285 Sr. Geen middelen van cassatie ingediend. Verdachte n-o.

Uitspraak

11 september 2018

Strafkamer

nr. S 17/05444

SG

Hoge Raad der Nederlanden

Tweede Enkelvoudige Kamer

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 25 oktober 2017, nummer 21/002324-17, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 september 2018.