Strafrecht overig

Verlaten plaats ongeval (art. 7.1 WVW 1994), rijden onder invloed (art. 8.3.a WVW 1994) en rijden zonder…

Zaakgegevens

Op 25 september 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 september 2018
Datum publicatie
25 september 2018
Zaaknummer
17/00105
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:1774
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Verlaten plaats ongeval (art. 7.1 WVW 1994), rijden onder invloed (art. 8.3.a WVW 1994) en rijden zonder rijbewijs (art. 107.1 WVW 1994). Enkelvoudige kamer Hof heeft verdachte ongemotiveerd veroordeeld tot 2 weken gevangenisstraf (feiten 1 en 2), 4 weken hechtenis (feit 3) en 4 maanden ontzegging bevoegdheid motorrijtuigen te besturen (feit 2). De bestreden uitspraak behelst in strijd met art. 359.5 Sv niet een opgave van de redenen die de strafoplegging hebben bepaald. Dat verzuim leidt krachtens art. 359.8 Sv tot nietigheid. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 26 juni 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:649
  2. Hoge Raad · 25 september 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:1774

Uitspraak

Inhoudsopgave

25 september 2018

Strafkamer

nr. S 17/00105

SK

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 23 december 2016, nummer 21/004136-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.P.J. Tuma, advocaat te Amersfoort, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt dat de strafoplegging niet is gemotiveerd.

2.2.

De bestreden uitspraak behelst in strijd met het vijfde lid van art. 359 Sv niet een opgave van de redenen die de strafoplegging hebben bepaald. Dat verzuim leidt krachtens het achtste lid van die bepaling tot nietigheid.

2.3.

Het middel is terecht voorgesteld.

3 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 september 2018.