Strafrecht overig

Woningoverval in Winterswijk, waarbij de mond en neus van een bewoner zijn afgeplakt en deze is komen te…

Zaakgegevens

Op 9 oktober 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 oktober 2018
Datum publicatie
3 oktober 2018
Zaaknummer
17/00505
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:1828
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Woningoverval in Winterswijk, waarbij de mond en neus van een bewoner zijn afgeplakt en deze is komen te overlijden. Bewijsklacht opzet op dood slachtoffer. HR: art. 80a RO, met schriftelijk standpunt AG.

Procesgang

  1. Rechtbank Gelderland · 28 juni 2016

    ECLI:NL:RBGEL:2016:3530
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 5 januari 2017

    ECLI:NL:GHARL:2017:63

    Meerdere afhandelingswijzen

  3. Conclusie A-G · 11 september 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:929
  4. Hoge Raad · 9 oktober 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:1828

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

Inhoudsopgave

9 oktober 2018

Strafkamer

nr. S 17/00505

AJ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 5 januari 2017, nummer 21/003908-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.J.W. Tijkotte, advocaat te Koog aan de Zaan, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 oktober 2018.