Strafrecht overig

Poging tot moord en poging tot doodslag, art. 287 en 289 Sr en overtreding WWM. HR: art. 80a RO, zonder…

Hoge Raad, 9 oktober 2018

Zaakgegevens

Op 9 oktober 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 oktober 2018
Datum publicatie
3 oktober 2018
Zaaknummer
18/00094
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:1829
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging tot moord en poging tot doodslag, art. 287 en 289 Sr en overtreding WWM. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 19 december 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:5733
  2. Hoge Raad · 9 oktober 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:1829

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

9 oktober 2018

Strafkamer

nr. S 18/00094

TN

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 december 2017, nummer 20/001469-17, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 oktober 2018.