Strafrecht overig

Art. 416.2 Sv bij verstek na veroordeling t.z.v. mishandeling, belediging ambtenaar en wederspannigheid…

Zaakgegevens

Op 9 oktober 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 oktober 2018
Datum publicatie
9 oktober 2018
Zaaknummer
17/05230
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:1893
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 416.2 Sv bij verstek na veroordeling t.z.v. mishandeling, belediging ambtenaar en wederspannigheid. Aanwezigheidsrecht, art. 588a.1.c Sv. Mocht toezending afschrift appeldagvaarding naar in schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen h.b. opgegeven adres achterwege blijven door latere wijziging in BRP-gegevens verdachte? Appeldagvaarding is tevergeefs aangeboden op BRP-adres verdachte (adres A) en vervolgens uitgereikt aan griffier met verzending afschrift dagvaarding aan adres A. Appelakte vermeldt oud BRP-adres verdachte (adres B), terwijl in schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen h.b. toenmalig BRP-adres verdachte (adres C) is opgegeven als adres t.b.v. ontvangst van appeldagvaarding. ID-staat SKDB houdt in dat verdachte t.t.v. betekening appeldagvaarding stond ingeschreven op adres A. HR: Op gronden vermeld in CAG, is middel terecht voorgesteld. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: Uitdrukkelijke vermelding van adres C in schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen h.b. als adres waaraan afschrift dagvaarding kan worden verstuurd, kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als adresopgave a.b.i. art. 588a.1.c Sv waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden. Uit omstandigheid dat i.h.k.v. betekening appeldagvaarding bekend is geworden dat na het instellen van h.b. een wijziging heeft plaatsgevonden in de BRP-gegevens van verdachte, kon Hof niet z.m. afleiden dat verdachte adres C niet wenste te handhaven als adres waar hij afschrift appeldagvaarding wenste te ontvangen. Niet blijkt dat afschrift dagvaarding aan dit adres is toegezonden en evenmin blijkt dat die verzending ex art. 588a.3 Sv achterwege kon blijven. Hof had ervan blijk moeten geven te hebben onderzocht of er reden was onderzoek ttz. te schorsen teneinde verdachte in de gelegenheid te stellen alsnog bij onderzoek ttz. tegenwoordig te zijn. P-v tz. in h.b. geeft weliswaar blijk van onderzoek naar betekening appeldagvaarding maar daarbij heeft Hof kennelijk geen acht geslagen op het laatste door verdachte opgegeven adres en de uit art. 588a Sv voortvloeiende consequenties daarvan. Nietigheid onderzoek tz. in h.b. en uitspraak Hof.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 28 augustus 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:911
  2. Hoge Raad · 9 oktober 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:1893

Uitspraak

Inhoudsopgave

9 oktober 2018

Strafkamer

nr. S 17/05230

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 februari 2017, nummer 20/001817-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.N. Slijters, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt over de beslissing van het Hof tot het verlenen van verstek tegen de niet verschenen verdachte.

2.2.

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.2 tot en met 3.7 is het middel terecht voorgesteld.

3 Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 oktober 2018.