Strafrecht overig

Poging tot moord. Geen middelen ingediend, verdachte n-o.

Hoge Raad, 13 februari 2018

Zaakgegevens

Op 13 februari 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 februari 2018
Datum publicatie
13 februari 2018
Zaaknummer
16/04449
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:199
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging tot moord. Geen middelen ingediend, verdachte n-o.

Procesgang

  1. Rechtbank Limburg · 13 maart 2015

    ECLI:NL:RBLIM:2015:2180
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 juli 2016

    ECLI:NL:GHSHE:2016:2803

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 13 februari 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:199

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

13 februari 2018

Strafkamer

nr. S 16/04449

SSA

Hoge Raad der Nederlanden

Tweede Enkelvoudige Kamer

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 juli 2016, nummer 20/000899-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 februari 2018.