Strafrecht overig
Schriftuur tardief, art. 437.2 Sv. Raadsman heeft n.a.v. mededeling rechtsdag bij faxbericht, waarbij eerder…
ECLI:NL:HR:2018:2098 · Hoge Raad · 13 november 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2018-2098
Zaakgegevens
Op 13 november 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 november 2018
- Datum publicatie
- 13 november 2018
- Zaaknummer
- 15/03297
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:2098
Samenvatting
Schriftuur tardief, art. 437.2 Sv. Raadsman heeft n.a.v. mededeling rechtsdag bij faxbericht, waarbij eerder ingediende schriftuur is gevoegd, aan griffier HR bericht dat hij per post tijdig schriftuur aan HR heeft toegezonden en dat door zijn kantoor telefonisch ontvangst in goede orde van schriftuur is nagegaan. Levert aangevoerde bijzondere omstandigheid op ten gevolge waarvan raadsman niet risico draagt dat schriftuur buiten termijn is aangekomen? HR verklaart verdachte n-o, nu geen schriftuur houdende middelen is ingediend.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 september 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1282Hoge Raad · 13 november 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:2098
Uitspraak
Inhoudsopgave
13 november 2018
Strafkamer
nr. S 15/03297
SG/CeH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 mei 2015, nummer 20/000755-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L. Bien, advocaat te Maastricht, een schriftuur ingediend, die echter eerst na afloop van de bij de wet gestelde termijn bij de griffie van de Hoge Raad is ingekomen.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 november 2018.