Strafrecht overig

Doodslag op partner door haar in zijn woning in Geertruidenberg te wurgen. HR: art. 80a RO, zonder…

Hoge Raad, 4 december 2018

Zaakgegevens

Op 4 december 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 december 2018
Datum publicatie
22 november 2018
Zaaknummer
17/05663
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:2186
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Doodslag op partner door haar in zijn woning in Geertruidenberg te wurgen. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 december 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:5465
  2. Hoge Raad · 4 december 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:2186

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

4 december 2018

Strafkamer

nr. S 17/05663

RRA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 december 2017, nummer 20/003344-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 december 2018.