Strafrecht overig
Leider criminele organisatie, art. 140.3 Sr. Veroordeling t.z.v. (i) feitelijke leiding geven aan door A B.V…
ECLI:NL:HR:2018:2332 · Hoge Raad · 18 december 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2018-2332
Zaakgegevens
Op 18 december 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 december 2018
- Datum publicatie
- 17 december 2018
- Zaaknummer
- 17/01862
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:2332
Samenvatting
Leider criminele organisatie, art. 140.3 Sr. Veroordeling t.z.v. (i) feitelijke leiding geven aan door A B.V. (medeplegen van) gewoonte maken van mensensmokkel (art. 197a.2 en 197a.4 Sr), opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting (art. 69.2 AWR) en gewoontewitwassen (art. 420bis.1.b en 420ter Sr), meermalen gepleegd en (ii) als leider deelnemen aan criminele organisatie (art. 140.1 en 140.3 Sr). Middel over bewijs van 'leider' organisatie leidt niet tot cassatie op gronden vermeld in ECLI:NL:HR:2018:2331. Volgt verwerping. Samenhang met 17/01863.
Procesgang
Uitspraak · 2017
ECLI:NL:GHDHA:2017:962Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 november 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1402Hoge Raad · 18 december 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:2332
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
18 december 2018
Strafkamer
nr. S 17/01862
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 6 april 2017, nummer 22/004508-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Pakistan) op [geboortedatum] 1960.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel klaagt dat het Hof ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde ten onrechte bewezen heeft verklaard dat de verdachte 'leider' als bedoeld in art. 140, derde lid, Sr van de in de bewezenverklaring genoemde organisatie was.
Op de gronden die zijn vermeld in het heden uitgesproken arrest in de zaak 17/01863 (ECLI:NL:HR:2018:2331) kan het middel niet tot cassatie leiden.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 december 2018.