Zoeken naar rechterlijke uitspraken en jurisprudentie

Via Uitspraken.nl kunt u eenvoudig zoeken in onze online uitspraken databank door het invoeren van één of meerdere trefwoorden. Het is uiteraard ook mogelijk om te zoeken op wetsartikelen, zaaknummer, ECLI nummer of het oude LJN nummer.

Cassatie Strafrecht overig

16 januari 2018
ECLI:NL:HR:2018:42

Op 16 januari 2018 heeft de Hoge Raad een cassatie procedure behandeld op het gebied van strafrecht. Het zaaknummer is 17/02373, bekend onder ECLI code ECLI:NL:HR:2018:42.

Soort procedure
Instantie
Rechtsgebied
Zaaknummer(s)
17/02373
Datum uitspraak
16 januari 2018
Datum gepubliceerd
16 januari 2018
Vindplaatsen
  • RvdW 2018/182
  • SR-Updates.nl 2018-0006
Uitspraak

16 januari 2018

Strafkamer

nr. S 17/02373

NA/CB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 juni 2016, nummer 20/000267-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte]
, geboren te
[geboorteplaats]
op
[geboortedatum]
1993.

1
Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D. Bektesevic, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2
Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat de verdachte niet binnen de daartoe gestelde wettelijke termijn het hoger beroep heeft ingesteld, zodat hij daarin niet-ontvankelijk is.

2.2.1.

Het Hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en heeft daartoe het volgende overwogen:

"Het beroepen vonnis is door de kantonrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, op 3 september 2014 bij verstek gewezen. De dagvaarding om in eerste aanleg te verschijnen is niet in persoon aan verdachte betekend, maar aan een ander op het adres van verdachte. De termijn van 14 dagen waarbinnen verdachte hoger beroep diende in te stellen tegen het beroepen vonnis, is derhalve aangevangen op het moment waarop verdachte met het vonnis bekend is geworden.

De verdediging heeft zich in dit verband op het standpunt gesteld dat verdachte eind januari 2015, daags voor de datum waarop appel is ingesteld, te weten 28 januari 2015, bekend is geworden met het vonnis.

Het hof leidt op dit punt uit de stukken af dat de mededeling uitspraak van het vonnis op 8 december 2015 (de Hoge Raad leest: 2014) door een medewerker van de Koninklijke Marechaussee Zuid-Nederland aan verdachte in persoon is betekend. Dit stuk is ondertekend door de officier van justitie. Dat zich achter dit stuk een overzicht van de politie bevindt waaruit zou kunnen blijken dat verdachte sinds 11 december 2015 (de Hoge Raad leest: 2014) landelijk is gesignaleerd, maakt dit niet anders.

Het hof oordeelt aldus dat de termijn van veertien dagen waarbinnen verdachte appel had moeten instellen, is aangevangen op 8 december 2015 (de Hoge Raad leest: 2014). Het door verdachte op 28 januari 2016 (de Hoge Raad leest: 2015) ingestelde appel is ná die termijn ingesteld, zodat verdachte in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard."

2.2.2.

Voormeld "stuk" van de marechaussee bevindt zich bij de aan de Hoge Raad gezonden stukken en houdt het volgende in:

"Koninklijke

Marechaussee

Zuid-Nederland

MEDEDELING UITSPRAAK

(BETIP)

Aan onderstaand persoon,

Naam :

[verdachte]

Voornamen :

[voornaam verdachte]

(...)

Wordt het volgende vonnis uitgereikt,

Parkernummer: 02-043129-13

Arrondissementsparket te BREDA

Hierbij deel ik u mede dat de rechter te BREDA op 03-09-14 onderstaand vonnis heeft gewezen:

KWALIFICATIE:

Overtreding van het bepaalde in art. 21 sub A RVV 1990

GEPLEEGD:

op 28-09-2012 (...)

TOEGEPASTE ARTIKELEN:

Wetboek van Strafrecht artikel 23/24/24c Wetboek Sr

(...) 179 Wegenverkeerswet 1994

21 RVV

BESLISSING:

geldboete € 1.250,-

subsidiair 22 dagen (...) hechtenis

ontzegging rijbevoegdheid 4 maanden

Plaats: BREDA

Datum: 08-12-14

De officier van justitie

[handtekening]
."

2.3.

De uitleg van het onder 2.2.2 vermelde stuk is, als van feitelijke aard, voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt en kan in cassatie alleen op zijn begrijpelijkheid worden getoetst.

2.4.

Blijkens zijn hiervoor weergegeven overwegingen heeft het Hof op basis van voormeld "stuk" van de marechaussee vastgesteld dat de mededeling uitspraak betreffende het vonnis van de Kantonrechter op 8 december 2014 door een medewerker van de Koninklijke marechaussee Zuid-Nederland aan de verdachte in persoon is betekend. Gelet op de inhoud van dat stuk, zoals hiervoor onder 2.2.2 weergegeven, is deze vaststelling van het Hof niet onbegrijpelijk.

2.5.

Het voorgaande brengt mee dat het oordeel van het Hof dat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de einduitspraak van de Kantonrechter de verdachte op 8 december 2014 bekend was, zodat de verdachte binnen veertien dagen daarna hoger beroep had moeten instellen, toereikend is gemotiveerd.

2.6.

Het middel faalt.

3
Beoordeling van het tweede middel

3.1.

Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

3.2.

Nu het bij schriftuur voorgestelde middel ten aanzien van 's Hofs niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het ingestelde hoger beroep niet tot cassatie leidt en de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop dat oordeel ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat het Hof de verdachte terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in het namens hem ingestelde hoger beroep, zodat het vonnis in eerste aanleg onherroepelijk is geworden.

3.3.

Bij deze stand van zaken kan de klacht dat het Hof de gedingstukken niet tijdig na het instellen van het cassatieberoep heeft ingezonden, niet leiden tot vernietiging van 's Hofs uitspraak. Het vorenoverwogene brengt mee dat het middel tevergeefs is voorgesteld en dat het cassatieberoep moet worden verworpen (vgl. HR 4 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO5711, NJ 2004/495).

4
Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-pesident J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffierE. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 januari 2018.

Zie ook

Oozo.nl
Weten wat er in jouw buurt of straat gebeurt?
FaillissementsDossier.nl
Alle faillissementen en surseances in Nederland
FaillissementsDossier.be
Alle faillissementen en opschortingen in België
ProcedureCollective.fr
Alle faillissementen in Frankrijk
DatIsSlimBedacht.nl
Tips - Ideeën - Slimmigheden
  • Uitspraken.nl is een produkt van Binq Media B.V. - Mart Smeetslaan 1, 1217 ZE Hilversum - Kvk nummer 54506158