Strafrecht overig

Geen middelen van cassatie ingediend. Verdachte n-o. Samenhang met 16/03565.

Zaakgegevens

Op 17 april 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 april 2018
Datum publicatie
17 april 2018
Zaaknummer
16/03566
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:608
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Geen middelen van cassatie ingediend. Verdachte n-o.

Samenhang met 16/03565.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 20 maart 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:350
  2. Hoge Raad · 17 april 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:608

Uitspraak

Inhoudsopgave

17 april 2018

Strafkamer

nr. S 16/03566

SK

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 23 juni 2016, nummer 22/004699-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma enV. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 april 2018.