Strafrecht overig

Poging doodslag bij drugsdeal door met een mes in hals en gezicht te steken. HR: art. 80a RO, zonder…

Zaakgegevens

Op 22 mei 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 mei 2018
Datum publicatie
22 mei 2018
Zaaknummer
17/01004
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:739
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Poging doodslag bij drugsdeal door met een mes in hals en gezicht te steken. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16 februari 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:536
  2. Hoge Raad · 22 mei 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:739

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

Inhoudsopgave

22 mei 2018

Strafkamer

nr. S 17/01004

KD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 februari 2017, nummer 20/004018-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.P.V.W. Willems, advocaat te 's-Hertogenbosch, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 mei 2018.