Strafrecht overig
Redelijke termijn in e.a. Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld. HR doet…
ECLI:NL:HR:2018:85 · Hoge Raad · 23 januari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2018-85
Zaakgegevens
Op 23 januari 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 januari 2018
- Datum publicatie
- 24 januari 2018
- Zaaknummer
- 16/01623
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:85
Samenvatting
Redelijke termijn in e.a. Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld. HR doet de zaak zelf af en vermindert de opgelegde gevangenisstraf. CAG: Hof heeft vastgesteld dat redelijke termijn in e.a. met meer dan twee jaren is overschreden en overwogen dat die overschrijding niet onredelijk is i.v.m. de onderzoekswensen van de verdediging in e.a. Gezien de beperkte omvang van de onderzoekswensen (horen van vier getuigen, welk verzoek t.a.v. twee getuigen is toegewezen, en het mogen uitluisteren van de audioverhoren van verdachte) en de substantiële overschrijding van het uitgangspunt voor de redelijke termijn kan de procesvoering van de verdediging de overschrijding van die termijn niet rechtvaardigen. Oordeel hof dat aan die overschrijding geen rechtsgevolg zal worden verbonden is niet z.m. begrijpelijk. Samenhang met 16/01542.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 november 2017
ECLI:NL:PHR:2017:1482Hoge Raad · 23 januari 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:85
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
23 januari 2018
Strafkamer
nr. S 16/01623
CeH/SG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 18 maart 2016, nummer 21/005174-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.W.J. Krämer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft de duur van de opgelegde straf en tot vermindering van de hoogte daarvan naar de gebruikelijke maatstaf.
2 Beoordeling van het middel
Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat in de onderhavige zaak geen sprake is van schending van de redelijke termijn in eerste aanleg.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5 tot en met 9 is het middel terecht voorgesteld.
De Hoge Raad zal zelf de zaak afdoen. In de omstandigheid dat de Rechtbank eerst uitspraak heeft gedaan nadat meer dan 4 jaren zijn verstreken na aanvang van de redelijke termijn, vindt de Hoge Raad aanleiding de opgelegde gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, te verminderen met 3 maanden.
3 Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze 21 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2018.